Traangas doet niet tranen / 2 (end)

De 'moeders' in ketting voor de oproerpolitie

De ‘moeders’ in ketting voor de oproerpolitie

Traangasgranaat

Om 5 uur vanmorgen liggen alle betogers uitgeteld verspreid tussen de ravage, na een harde nacht met drie golven van traangasaanvallen en geluidsbommen.

 

 

 

 

 

 

 

Traangas bijt, brandt, vreet, gist, snijdt. Overal waar die smerige gaswolk op neerslaat. En het schroeit in een ademteug je luchtpijp dicht.
Mijn eerste ervaring was er geen om over te doen. Naief en belachelijk onvoorbereid als ik was, dacht ik 1. ver genoeg uit de buurt te kunnen blijven; 2. dat een sjaaltje in azijn gedrenkt het meeste wel zou tegenhouden.
Ik heb snel geleerd.
Dat je niet nieuwsgierig moet staan toekijken hoe een rij, tot de tanden gewapende oproerpolitie achter een muur van schilden, ineens allemaal hun helmen en gasmaskers opzetten, en beginnen te marcheren. Dat die gigantische, geblindeerde vrachtwagens die plots beginnen grommen als tijgers de seconde daarna een waterstraal lanceren waarin geen mens overeind blijft. Dat een omsingeld plein in no time in een vette traangaswolk kan veranderen waarbij uit alle richtingen ongewenste troep op je afkomt. Dat met water spoelen het bijtend product alleen maar verder verspreid, zoals je ook geen chilipeper wegspoelt door te drinken. En dat een sjaaltje alleen symbolisch helpt.

De cilindervormige ‘blikken’ worden afgevuurd uit traangasgeweren met dikke, korte loop. Ettelijke betogers kregen zo’n ding tegen het hoofd, en een iemand is aan die verwonding overleden, reden waarom nu bijna iedereen in het park een helm draagt. De pientere venters in de buurt doen gouden zaken. Met helmen, duikbrillen en papieren mondmaskers van bedenkelijke kwaliteit, maar kom, het helpt een beetje en kost geen geld (zo’n 4 euro voor de bril).

Maar de Turken hebben veel meer geleerd dan ik.
Doorheen het park staan vaten met een neutraliserende vloeistof, waarin de traangasgranaten door vermetele betogers met werkhandschoenen gemikt worden. Op elke tafel staan tientallen flesjes en sproeiers met een melkachtige vloeistof. Zuivere melk, ayran of Rennie’s vermengd met water helpt het best. Tijdens een politieaanval lopen overal mensen rond met zo’n flesjes die op een simpele knik in je gezicht spuiten en helpen afwassen. Ook in je mond, indien nodig. Her en der staan brandblussers – hopeloos te weinig, het moet gezegd. Wie ‘s avonds in het park komt, is erop gekleed. De helmen, brillen en maskers zijn inmiddels standaard uitrusting; extra: lange plastiekjassen waar het traangas niet op blijft kleven en een streep blinkende Vicks onder alle neuzen. En stevige schoenen, al ontwaarde ik tot mijn verbijstering ook een dame op naaldhakken.

De schrik voor de politieaanvallen van de eerste dagen is weg, dat zeggen alle mensen die ik spreek. “We zijn eraan gewend geraakt, we weten nu hoe het ruikt en brandt. We rennen nog wel weg maar we paniekeren niet meer zo.” Toch laat de gedachte me niet los wat het gevolg kan zijn van zo’n gloeiende granaten in een opgejaagde, dichte menigte en een park vol synthetische tentjes. Ik huiver.

En de Turken hebben nóg veel meer geleerd.
Men heeft elkaar gevonden in de gemeenschappelijke vijand. Mensen die voorheen nooit met elkaar praatten, elkaar verguisden, verachtten zelfs, zijn in het park met elkaar in gesprek of discussie gegaan. Koerden, holebi’s, communisten, feministes, socialisten, Kemalisten, groenen, progressieve moslims, en honderden groepen en overtuigingen waarvan ik het bestaan niet ken. Bovendien maakte het hopen apolitieke Turken ineens politiek bewust. Neutraal blijven is geen optie meer, je kiest. Gepolariseerd op dit moment, maar toch. Er wordt kennisgemaakt en samengewerkt met anderen. L’union fait la force. En dat is dé grote verdienste, nu al, van deze opstand.

Trui’s dag #4 – 11 juni 2013 – Gezi Park en Taksim Square, Istanbul

Tags: ,

No comments yet.

Leave a Reply

*

This blog is kept spam free by WP-SpamFree.